Je bent hier:

13e eeuwse mystieke vrouwen

13e eeuwse mystieke vrouwen

Door: Elise Prins-Kleuskens

Nederlandse vrouwelijke auteurs dus, zoals ik vorige maand beloofde. Ik moet me een beetje inlezen, moet ik bekennen, want wat weet ik nu eigenlijk over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur? Bar weinig dus. Waar te beginnen? Bij het begin maar. Tenminste, ik denk dat ik bij het begin begin… Gaandeweg kan ik er misschien nog wel achter komen dat dit wellicht niet het begin was!

Hadewijch

Het is een naam die ik wel eens gehoord had, maar wie het was, wat ze deed of wanneer ze leefde, dat wist ik eigenlijk niet. Hadewijch. Ken jij haar wel? Niet gek hoor, want zoveel is er niet bekend over Hadewijch. Ze leefde in de 13e of in de 14e eeuw in Brabant. In die tijd was het hertogdom Brabant onderdeel van de Nederlanden en bestond het uit de drie Belgische provincies Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en Antwerpen, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het grootste gedeelte van het Nederlandse Noord-Brabant van nu. Ze schreef in elk geval in een Zuid-Brabantse variant van het Middelnederlands.

“Wat deed ze dan?” Goede vraag. Hadewijch was dichteres en mystica. Dat klinkt mysterieus, hè? Wat dat is? Je zou kunnen zeggen dat een mystica een vrouw is die streeft naar een persoonlijke vereniging van haar ziel met God. Ze zou nog best wel eens dezelfde kunnen zijn als de Brusselse Bloemardinne. Bloemardinne – eigenlijk heette ze Heilwige Bloemaert – was een christelijke mystica die leefde van ongeveer 1265 tot 1335.

“En wat schreef Hadewijch dan zoal?” Ze leefde natuurlijk in een héél andere tijd dan wij nu doen en dus zijn haar werken ook wat anders dan wij nu gewend zijn. Ze schreef brieven, al dan niet in rijm en gebundeld als Mengeldichten.  Daarnaast schreef ze gedichten, vermoedelijk geschreven als liederen. Ze worden de Strofische gedichten genoemd, waarin de ik-persoon smacht naar Christus, in plaats van een ridder die smacht naar een vrouw in de traditionele middeleeuwse minneliederen. Als laatste schreef Hadewijch teksten die Visioenen genoemd worden. Voornamelijk hadden de werken een godsdienstig onderwerp, zodat zij vooral bekend was bij andere mystici en bij theologen. Pas vanaf de 20e eeuw kwamen Hadewijchs literaire kwaliteiten in beeld.

Beatrijs van Nazareth

Hadewijch was uiteraard niet de enige Brabantse schrijfster. Beatrijs van Nazareth werd geboren in 1200 in het Belgische Tienen in een rijke familie met zes kinderen. Omdat haar moeder stierf toen Beatrijs pas 7 jaar oud was, werd Beatrijs verder opgevoed door een groepje begijnen. Begijnen waren alleenstaande vrouwen die in een gemeenschap leefden. Ken je de begijnenhofjes in diverse steden? Ze leefden samen – vaak in een hofje – en leidden een vroom leven, maar behielden tegelijkertijd de vrijheid om hun eigen bezittingen te behouden en hun eigen leven te leiden. Een klooster vormden ze dus zeker niet. Leuk detail: Hadewijch was vermoedelijk een begijn. Een zelfstandige vrouw met eigen ideeën. Een kloosterlinge was ze in elk geval niet, daarvoor waren haar ideeën veel te vrijgevochten.

Beatrijs trad echter een aantal jaar na haar opvang door de begijnen wél in een klooster in. Daar leerde ze de schrijf- en miniatuurkunst en kwam ze in contact met mystici. Beatrijs besloot haar mystieke ervaringen op te schrijven in een soort dagboek, het Liber Vitae (Levensboek). Helaas is dit dagboek verloren gegaan. Het traktaat Van seven manieren van heiliger minnen is wél bewaard gebleven gelukkig! Hierin beschreef Beatrijs haar mystieke leer, waarin het opgaan in de mystieke liefde, de liefde van God, centraal stond.

Beatrijs, de Marialegende

Beatrijs, was dat niet een verhaal?” Dat klopt! Maar verwar deze Beatrijs niet met Beatrijs van Nazareth. Het Beatrijsverhaal is een Marialegende uit de 14e eeuw. Het verhaal is genoemd naar het hoofdpersonage: Beatrijs. In dit verhaal trad Beatrijs uit uit het klooster, ging zij leven in de wijde wereld, werd verliefd en kreeg berouw, waarna zij uiteindelijk weer terugkeerde naar het klooster. Wie dit verhaal geschreven heeft is niet duidelijk. Er wordt wel beweerd dat er twee auteurs zijn geweest, waarbij een tweede auteur een vroom eind aan het verhaal heeft geschreven. Echt opgehelderd is dit nooit.

Duizelt het je al? Wat een andere wereld leefden we toen in, hè? Met de eeuwen die verstrijken zullen we meer en meer op bekend terrein komen. Volgende maand gaan we verder met Anna Bijns, die leefde van 1493 tot 1575 en dichteres en lerares was.

Elise Prins-Kleuskens voor Feelgoodboeken.nl

LEES DE HELE BLOGSERIE:

Beatrix Potter
Elizabeth Barrett Browning
Violet Paget
Louisa May Alcott
Edith Cooper & Katharine Bradley (Michael Field)
Aurore Dupin (George Sand)
Mary Ann Evans (George Eliot)
Jane Austen
Mary Shelley (Frankenstein)
Mary Astell
De gezusters Brönte
Mary Wollstonecraft